ik en mijn huis
doelgericht financieel advies

 

Nadat de IJslandse bank Landsbanki vorig weekend Icesave Nederland meegesleept had in haar val, verschenen er op internet al snel reacties op blogs en op krantenartikelen. Een deel van de mensen die de moeite nam om te reageren, beschuldigde Icesave-spaarders van roekeloosheid. Kort samengevat was het oordeel: ‘eigen schuld, dikke bult. Als je ervoor kiest om met zo’n (?!) bank in zee te gaan, loop je gewoon dit risico’. Het aangaan van een spaarrekening bij Icesave werd vergeleken met het openen van een spaarrekening bij een corrupte bank of met het beleggen in bedrijfsobligaties/aandelen.

 

In dit artikel wil ik betogen dat deze kritiek niet terecht is voor dat deel van de spaarders dat juist uit het oogpunt van risicomijding hun geld bij Icesave onderbrachten. Vooraf wil ik het volgende zeggen tegen u als Icesave-spaarder: Icesave werkte als bank niet met tussenpersonen, maar mocht u hulp nodig hebben bij het invullen van de papieren voor het depositogarantiestelsel, schroomt u dan niet om contact met mij op te nemen. Ik ben u graag behulpzaam en hier zijn uiteraard géén kosten aan verbonden.

 

Een reactie op de kritiek. In de eerste plaats gaan de mensen die reageerden op de krantenberichten en blogs, voorbij aan het feit dat Fortis/ABN Amro de eerste bank was die in Nederland in de problemen kwam. Bij dit concern lopen rekeningen van ca. 6 miljoen Nederlanders. Tot dit gebeurde, hadden weinigen van hen er rekening meegehouden dat het werkelijk kón gebeuren. Van deze spaarders zeggen we ook niet dat ze roekeloos zijn, omdat ze ‘het hadden kunnen weten’.

 

In de tweede plaats vallen Fortis/ABN Amro en Landsbanki/Icesave onder dezelfde internationale afspraken, anders dan verschillende andere banken waar mensen in het verleden in de problemen zijn gekomen. Een verschil is wel dat IJsland een veel kleiner land is. Achteraf blijkt dat men in IJsland bij de toezegging van de depositogarantie niet serieus rekening heeft gehouden met de theoretische mogelijkheid dat alle IJslandse banken tegelijk failliet zouden gaan. Toen dit niet slechts in theorie mogelijk bleek, maar werkelijk gebeurde, werd IJsland als staat zelf bedreigd met faillissement. Er is hier echter eerder sprake van een te groot optimisme van de IJslandse autoriteiten dan van een fout van de spaarder. Je kunt het een spaarder niet verwijten als een overheid zijn toezeggingen niet nakomt, zeker niet als het gaat om een overheid die over het algemeen als betrouwbaar, niet corrupt, beschouwd wordt.

 

In de derde plaats: mensen met een voorkeur voor sparen zijn over het algemeen risicomijdender dan mensen die hun geld bij voorkeur in aandelen beleggen. De genoemde banken stonden bekend als solide. Het sparen bij Icesave zal bij de meeste spaarders naar onze verwachting niet gezien zijn als ‘een belegging in Landsbanki’. Dat zien we ook aan het feit dat verschillende Nederlandse gemeenten hun reserves weggezet hebben bij Icesave en/of Landsbanki. Een citaat uit het gelinkte artikel:

Volgens de VNG en Tentij hebben betrokken gemeenten zich gehouden aan de Wet financiering decentrale overheden waarin criteria voor financiële activiteiten zijn vastgesteld en ging het om banken die als solide te boek stonden. „Als Fortis vorige week was omgevallen, in plaats van genationaliseerd, waren er nog veel meer gemeenten in de problemen gekomen”, zegt Tentij.  (onderstreping door IEMH)

Je zou je zelfs kunnen afvragen of de handelswijze van diverse gemeenten begin oktober verstandig was en of deze niet heeft bijgedragen aan het ontstaan van de kettingreactie. Enkele gemeenten haalden (vlak) voor de crisis miljoenen weg bij de IJslandse bank. Dit kan bij burgers de vraag oproepen: waarom zijn wij niet eerder gewaarschuwd?

 

In de vierde plaats: een risicomijdende burger die graag verantwoord met zijn geld wil omgaan, kan de volgende redenering hebben gevolgd. “Ik heb mijn geld ondergebracht bij een bank die mij 4 à 4,5 % rente geeft. Ik wil mijn geld niet beleggen, omdat ik de kans op een positief resultaat voor mij niet zwaarder weegt dan de kans op een fiasco. Maar ik wil wel graag een goed rentmeester zijn. Als ik een deel van mijn geld tegen een iets hogere rente kan wegzetten bij een solide bank waar De Nederlandsche Bank toezicht op houdt (net als op de Nederlandse banken) en die onder het depositogarantiestelsel of een vergelijkbare regeling valt, dan wil ik dat overwegen.

Ik vind het daarbij belangrijk dat ik vrij over mijn geld kan beschikken. Ik kan kiezen voor een deposito bij Fortis (!) tegen een rente van ca. 5,7 %. Nadeel daarvan is dat het geld tenminste een jaar vaststaat. Omdat ik zelfs niet eens weet hoe mijn leven er morgen uitziet, vind ik dat onverantwoord.

Bovendien hoef ik niet het onderste uit de kan te hebben. Een andere optie is Icesave. Hier krijg ik 5,2 % rente. Dat is meer dan bij mijn andere bank en weliswaar minder dan bij Fortis, maar dat vind ik niet erg. Het grote voordeel is dat ik vrij over mijn geld kan beschikken.

Ik spreid dan mijn geld over meerdere banken en loop ik daardoor minder risico dan wanneer ik alles bij één bank onderbreng. Ik kies ervoor om met een deel van mijn geld een hoger rendement te halen, maar ga daarbij niet tot het uiterste.”

 

In de vijfde plaats: de door Icesave aangeboden rente was niet uitzonderlijk hoog. Zoals hierboven reeds aangegeven, bood Fortis een rente van ca. 5,7 %. De Postbank belde zijn klanten om een Toprekening aan te bieden tegen een rente van ca. 4,75 % (en biedt nu 5,2 % (!) op een Rentecertificaat). Een bank als Argenta bood een rente van 4,35 %. Er waren diverse andere hoge rentes van banken die een minder solide indruk maakten. Het rentepercentage van 5,2 % op zichzelf was voor de gemiddelde klant géén reden om te veronderstellen dat er iets niet in de haak was. Het is aan de toezichthouders om te onderzoeken of banken als Fortis en Landsbanki/Icesave al wisten dat zij ernstig in de gevarenzone waren toen zij via genoemde rekeningen spaargeld gingen aantrekken.

 

Samenvattend: ik ben van mening dat de harde kritiek op Icesave-spaarders in elk geval voor een deel van de spaarders onterecht is. En juist voor die mensen is het niet meer dan rechtvaardig dat de Nederlandse regering besloten heeft om hen uit de brand te helpen. Het bedrag dat hiermee gemoeid is, wordt omgeslagen over de Nederlandse banken die meedoen aan het depositogarantiestelsel. Brengen Icesave-spaarders hun geld weer onder bij een Nederlandse bank, dan dragen zij hierdoor zelf weer bij aan de kosten die met het depositogarantiestelsel gemoeid zijn.

 

 




 

In deze onrustige tijd hoort u met regelmaat de term ‘depositogarantiestelsel‘ vallen. Hoewel ons geld ten alle tijde in Gods hand is, wordt van ons als goede rentmeesters gevraagd om dit middel verstandig in te zetten. De vraag kan daarbij opkomen: is het verstandig om mijn spaargeld onder te brengen bij dezelfde bank als waar ik mijn hypotheek heb lopen?

 

Om hier een beslissing over te nemen, is het belangrijk te weten dat er verrekening plaatsvindt vóór u eventueel een uitkering uit het depositogarantiestelsel krijgt.

Wordt mijn (hypotheek)schuld verrekend met mijn tegoed?
Een minder bekend detail van de regeling is, dat voordat de aanspraak op de regeling wordt vastgesteld, er verrekend wordt. Dit houdt in dat de schulden per datum toepassing van de noodregeling of faillietverklaring (zoals hypotheek of consumptieve kredieten) van een depositohouder worden verminderd met de bij de bank uitstaande deposito’s (o.a. spaargelden en rekeningcourant te goeden) van deze depositohouder. Wat er daarna aan positief depositosaldo overblijft kan worden geclaimd bij het garantiestelsel tot het maximum van de dekking. (Bron: DNB.nl)

Dat betekent weliswaar dat u een lagere hypotheekschuld heeft, maar het kan ook betekenen dat u geen reserves meer hebt om tegenvallers (kapotte wasmachine of auto, etc.) op te vangen. Uw eigenwoningreserve zal door deze maatregel toenemen.

 

Vanwege deze bepaling in het depositogarantiestelsel is het verstandig om niet al uw spaargeld onder te brengen bij de bank waar uw hypotheek loopt.  

 

Meer over het depositogarantiestelsel:

In Nederland zorgt De Nederlandse Bank voor de vaststelling en betaling van de uitkeringen.

“Het depositogarantiestelsel garandeert een bedrag van maximaal 40.000 euro per persoon per instelling (ongeacht het aantal rekeningen), waarbij voor bedragen van 20.000 euro tot 40.000 euro een eigen risico van tien procent geldt. De vergoeding uit hoofde van depositogarantie kan dus niet meer bedragen dan 38.000 euro per persoon.” Bron: DNB.nl

Afgelopen dinsdag verhoogde de minister van Financiën dit bedrag tot een maximum van 100.000 euro per persoon per bank, voor de duur van 1 jaar.

 







september 25

 

We gooien als Nederlanders heel wat weg,

maar u kunt er ook een ander blij meemaken.

Wilt u iets kwijt?

Plaats het een paar weken op Gratisoptehalen.nl 

en wie weet wie u er blij meemaakt!

 

Zelf iets nodig?

Kijk eens of u kunt besparen door het gratis op te halen.

 

 




 

Bij het Bureau KredietRegistratie (BKR) in Tiel worden bepaalde overeenkomsten die u sluit, geregistreerd. De website van het BKR legt uit waarom:

BKR helpt voorkomen dat u financieel gesproken te veel hooi op uw vork neemt. Dit doen wij door organisaties die bij ons zijn aangesloten (deelnemers) te informeren over kredieten of gsm-abonnementen die u op dit moment hebt lopen of de afgelopen vijf jaar hebt gehad. Deze informatie wordt vastgelegd in ons bestand, het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI).

 
De BKR-informatie uit CKI helpt deelnemers bij hun afweging of het verantwoord is een krediet of gsm-abonnement te verstrekken. Verantwoord voor u en voor henzelf. Zo helpt BKR voorkomen dat u meer leent dan u kunt aflossen. Aan de andere kant draagt BKR bij aan het beperken van financiële risico’s voor kredietverleners.

Bij elke hypotheek- of kredietaanvraag vraagt de bank bij het BKR uw gegevens op (de BKR-toets). Wilt u weten wat het BKR over u geregistreerd heeft? U kunt deze gegevens opvragen

 

Ik en mijn huis wil samen met u eerlijk bekijken welke hypotheekhoogte op basis van de huidige gegevens verantwoord is. Uw medewerking is daarbij onontbeerlijk. U bent immers de enige die openheid kunt geven over álle lopende overeenkomsten en kredieten, ook over die welke niet geregistreerd staan bij het BKR. Een voorbeeld hiervan is een studieschuld, een lening bij ouders, etc.

 

Het BKR registreert niet alleen overeenkomsten waarvan u zich bewust bent dat u ze bent aangegaan. Het registreert ook overeenkomsten waar u misschien niet bij stilstaat, zoals het standaardkredietlimiet op uw bankrekening of creditcard. Ook al maakt u hier geen gebruik van (bravo!), toch worden ze meegewogen bij een hypotheekaanvraag. Dit kan ertoe leiden dat de bank u vraagt deze overeenkomsten te beëindigen.  In sommige gevallen kan dit leiden tot vertraging in de aanvraagprocdure van de hypotheek. Alleen al om die reden (maar er zijn er meer) is het verstandig om dergelijke kredietlimieten te vermijden.

 

 

 







september 13

 

Hoewel het nauwelijks haalbaar is om als klant net zo grondig op de hoogte te zijn van alle regelgeving, producten en mogelijkheden als uw adviseur, is het toch raadzaam om u te verdiepen in de achtergronden van financiële producten. Daardoor wordt u minder kwetsbaar voor malafide adviezen. Ook kunt u uw wensen beter formuleren en (kritische) vragen stellen.

 

Via de site Weetwatjeweet.nl kunt u een idee krijgen van uw kennis. Houdt u hierbij wel in de gaten dat deze site niet grondig ingaat op de vraag of een bepaalde keuze überhaupt verstandig is (bijvoorbeeld het aangaan van een lening of het opnemen van de zgn. ‘overwaarde’ van je huis). Wij zijn wat dat aangaat uitermate terughoudend. We spreken er graag met u over door.

 

Wij vinden het belangrijk dat u begrijpt waar u uit kunt kiezen, dat u begrijpt waar ons advies op gebaseerd is en dat u begrijpt wat de financiële gevolgen zijn voor de komende tientallen jaren. We nemen uw huidige financiële situaties grondig met u door en spreken met u over uw plannen voor de toekomst. Als u iets niet begrijpt, kunt u ons altijd vragen om meer uitleg. U kunt ons bellen (0517-39 11 12) of e-mailen.

 

Op het moment dat u een product afsluit, is het noodzakelijk dat u weet waar u voor kiest en waarom, en dat u weet wát u tekent. Ik ga door met uitleggen tot het duidelijk is, want ik vind het erg belangrijk dat u, als klant, zélf een beslissing neemt over de mogelijkheden. Mocht er een moment komen dat u denkt, ‘Tjonge, wat ingewikkeld, ik snap eigenlijk niet meer hoe het zit’, dan kunt u gewoon bellen of mailen om weer duidelijk te krijgen hoe het financiële plan in elkaar steekt.

 

 




 

 

Hoe gaat u te werk als u een financieel product wilt aanschaffen? De AFM heeft een aardig testje ontwikkeld, waarmee u een idee kunt krijgen van uw beslisstijl. Nadat u de test heeft ingevuld, ziet u onderaan de pagina waar u het meest naar neigt (volgens deze test). U kunt de omschrijving lezen door te klikken op de naam van de beslisstijl.

 

Heeft u de test heeft gedaan, kom dan nog eens terug naar onze site en laat ons via een reactie weten of u zich in het resultaat van de test herkende.




 

Soms merk je dat iets dat jarenlang voor zich sprak, plotseling uit het collectief geheugen van een volk verdwenen is. Neem bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor de kinderen. In Duitsland kom je nog met regelmaat tegen: ‘Eltern haften für Ihre Kinder’. Da’s duidelijk.
 

In Nederland is men daar echter niet zo zeker meer van. Met de opkomst van de ‘professionele opvoeders’ rijst ook de vraag wie er nu eigenlijk eindverantwoordelijk is voor de kinderen. De staat? De professionele opvoeders? Of misschien toch de ouders?

 

Als raadslid zie ik deze verwarring meer dan eens ontstaan. Een citaat uit de commissiestukken van 11 september 2008 van de gemeente Franekeradeel, pagina 168, punt 3.1:

Ouders/opvoeders hebben in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen een belangrijke rol, zoniet de eerste verantwoordelijkheid.

Ik zou dat willen herschrijven tot: ‘Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid in de opvoeding van hun kinderen en in het bevorderen van hun ontwikkeling.’ Dan zijn we tenminste duidelijk. De ouders zijn degenen die de verantwoordelijkheid dragen. Ze hebben geen ‘rol’, maar een positie. De term ‘opvoeders’ is te breed om in deze beschrijving te kunnen gebruiken. Slechts in een enkel geval nemen opvoeders een vergelijkbare in als de ouders, we spreken dan van voogdij.

 

Zuig ik dit zomaar uit mijn duim? Heb ik daar nog andere gronden voor dan mijn christelijke overtuiging, gebaseerd op het Woord van God?

 

Ja, dit is niet slechts een waarheid die christenen aannemen, het ligt vast in ons Burgerlijk Wetboek:

 

Burgerlijk Wetboek, boek 1

 

Artikel 245

  1. Minderjarigen staan onder gezag.
  2. Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.
  3. Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door één ouder uitgeoefend. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.
  4. Het gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte.
  5. Het gezag van de ouder die dit krachtens artikel 253sa of krachtens een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 253t samen met een ander dan een ouder uitoefent, wordt aangemerkt als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij uit een wettelijke bepaling het tegendeel voortvloeit.

Artikel 247

  1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
  2. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

Artikel 249

 

De minderjarige dient rekening te houden met de aan de ouder of voogd in het kader van de uitoefening van het gezag toekomende bevoegdheden, alsmede met de belangen van de overige leden van het gezin waarvan hij deel uitmaakt.