ik en mijn huis
doelgericht financieel advies

 

Vandaag promoveert Maarten van Rooij. Hij onderzocht hoeveel kennis de gemiddelde Nederlander heeft van rente, inflatie en vermogen. 

 

 “Als we mensen vragen: ‘als je op je spaarrekening 1 procent rente krijgt, en de inflatie is 2 procent, kun je dan na een jaar meer of minder kopen?’ weet twintig procent het antwoord niet,” zegt Van Rooij. Van de in totaal 1500 huishoudens aan wie hij de vragen voorlegde, wisten maar vier op de tien vijf simpele vragen te beantwoorden.

 

Van Rooij concludeert dat het van belang is de financiële kennis van mensen te vergroten. Hij toont in zijn onderzoek aan dat begrip van geldzaken een positief effect heeft op de financiële positie van mensen. Het vermogensverschil tussen mensen met en zonder financiële kennis kan oplopen tot meer dan 80.000 euro. Financiële ongeletterdheid komt in alle categorieën ongeveer even vaak voor, een verband met intelligentie of inkomen werd niet gevonden.

 

Wie zijn financiën niet op orde heeft, kan de schuld niet langer afschuiven op ingewikkelde producten, onleesbare bijsluiters en incapabele adviseurs. Hij moet bij zichzelf te raden gaan, vindt Van Rooij. ‘Mensen zijn in eerst instantie zelf verantwoordelijk. Ze moeten inzien hoe belangrijk kennis van geldzaken is.’

 

Nederlanders weten van zichzelf dat ze geldkennis missen. Ondanks dat vragen ze in veel gevallen advies aan mensen die niet noodzakelijk financiële experts zijn: vrienden, buren of familie. 

 

Volgens Van Rooij zijn verbeteringen in financiële educatie en producten noodzakelijk. Er is echter meer nodig. Geld kun je nooit los zien van persoonlijke levenswaarden en doelstellingen. Geld is een middel om bepaalde doelen te bereiken. Deze doelen stel je op basis van je levensovertuiging.

 

Goed omgaan met geld begint met het besef dat je niet voor jezelf leeft. Je geld is niet van jou, maar je hebt het in bruikleen om het als rentmeester goed te beheren. Daarvoor is kennis noodzakelijk, maar wijsheid onontbeerlijk.  Spreuken 4:7 zegt het treffend:

 

Het begin der wijsheid is:

verwerf wijsheid

en

verwerf inzicht

bij al wat gij bezit. 

 

Promotie

Maarten van Rooij (faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Economie) promoveert op 9 januari om 16.15 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht op het proefschrift ‘Financieel alfabetisme, pensioenvoorzieningen en beleggingsgedrag van gezinnen: Vier empirische bijdragen’.

 

Meer informatie

Erzsó Alföldy, persvoorlichter faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, (030) 253 7497, e.alfoldy@uu.nl.

B.g.g. Peter van der Wilt, persvoorlichting Universiteit Utrecht, (030) 253 3705, p.m.vanderwilt@uu.nl.

 




 

Nadat de IJslandse bank Landsbanki vorig weekend Icesave Nederland meegesleept had in haar val, verschenen er op internet al snel reacties op blogs en op krantenartikelen. Een deel van de mensen die de moeite nam om te reageren, beschuldigde Icesave-spaarders van roekeloosheid. Kort samengevat was het oordeel: ‘eigen schuld, dikke bult. Als je ervoor kiest om met zo’n (?!) bank in zee te gaan, loop je gewoon dit risico’. Het aangaan van een spaarrekening bij Icesave werd vergeleken met het openen van een spaarrekening bij een corrupte bank of met het beleggen in bedrijfsobligaties/aandelen.

 

In dit artikel wil ik betogen dat deze kritiek niet terecht is voor dat deel van de spaarders dat juist uit het oogpunt van risicomijding hun geld bij Icesave onderbrachten. Vooraf wil ik het volgende zeggen tegen u als Icesave-spaarder: Icesave werkte als bank niet met tussenpersonen, maar mocht u hulp nodig hebben bij het invullen van de papieren voor het depositogarantiestelsel, schroomt u dan niet om contact met mij op te nemen. Ik ben u graag behulpzaam en hier zijn uiteraard géén kosten aan verbonden.

 

Een reactie op de kritiek. In de eerste plaats gaan de mensen die reageerden op de krantenberichten en blogs, voorbij aan het feit dat Fortis/ABN Amro de eerste bank was die in Nederland in de problemen kwam. Bij dit concern lopen rekeningen van ca. 6 miljoen Nederlanders. Tot dit gebeurde, hadden weinigen van hen er rekening meegehouden dat het werkelijk kón gebeuren. Van deze spaarders zeggen we ook niet dat ze roekeloos zijn, omdat ze ‘het hadden kunnen weten’.

 

In de tweede plaats vallen Fortis/ABN Amro en Landsbanki/Icesave onder dezelfde internationale afspraken, anders dan verschillende andere banken waar mensen in het verleden in de problemen zijn gekomen. Een verschil is wel dat IJsland een veel kleiner land is. Achteraf blijkt dat men in IJsland bij de toezegging van de depositogarantie niet serieus rekening heeft gehouden met de theoretische mogelijkheid dat alle IJslandse banken tegelijk failliet zouden gaan. Toen dit niet slechts in theorie mogelijk bleek, maar werkelijk gebeurde, werd IJsland als staat zelf bedreigd met faillissement. Er is hier echter eerder sprake van een te groot optimisme van de IJslandse autoriteiten dan van een fout van de spaarder. Je kunt het een spaarder niet verwijten als een overheid zijn toezeggingen niet nakomt, zeker niet als het gaat om een overheid die over het algemeen als betrouwbaar, niet corrupt, beschouwd wordt.

 

In de derde plaats: mensen met een voorkeur voor sparen zijn over het algemeen risicomijdender dan mensen die hun geld bij voorkeur in aandelen beleggen. De genoemde banken stonden bekend als solide. Het sparen bij Icesave zal bij de meeste spaarders naar onze verwachting niet gezien zijn als ‘een belegging in Landsbanki’. Dat zien we ook aan het feit dat verschillende Nederlandse gemeenten hun reserves weggezet hebben bij Icesave en/of Landsbanki. Een citaat uit het gelinkte artikel:

Volgens de VNG en Tentij hebben betrokken gemeenten zich gehouden aan de Wet financiering decentrale overheden waarin criteria voor financiële activiteiten zijn vastgesteld en ging het om banken die als solide te boek stonden. „Als Fortis vorige week was omgevallen, in plaats van genationaliseerd, waren er nog veel meer gemeenten in de problemen gekomen”, zegt Tentij.  (onderstreping door IEMH)

Je zou je zelfs kunnen afvragen of de handelswijze van diverse gemeenten begin oktober verstandig was en of deze niet heeft bijgedragen aan het ontstaan van de kettingreactie. Enkele gemeenten haalden (vlak) voor de crisis miljoenen weg bij de IJslandse bank. Dit kan bij burgers de vraag oproepen: waarom zijn wij niet eerder gewaarschuwd?

 

In de vierde plaats: een risicomijdende burger die graag verantwoord met zijn geld wil omgaan, kan de volgende redenering hebben gevolgd. “Ik heb mijn geld ondergebracht bij een bank die mij 4 à 4,5 % rente geeft. Ik wil mijn geld niet beleggen, omdat ik de kans op een positief resultaat voor mij niet zwaarder weegt dan de kans op een fiasco. Maar ik wil wel graag een goed rentmeester zijn. Als ik een deel van mijn geld tegen een iets hogere rente kan wegzetten bij een solide bank waar De Nederlandsche Bank toezicht op houdt (net als op de Nederlandse banken) en die onder het depositogarantiestelsel of een vergelijkbare regeling valt, dan wil ik dat overwegen.

Ik vind het daarbij belangrijk dat ik vrij over mijn geld kan beschikken. Ik kan kiezen voor een deposito bij Fortis (!) tegen een rente van ca. 5,7 %. Nadeel daarvan is dat het geld tenminste een jaar vaststaat. Omdat ik zelfs niet eens weet hoe mijn leven er morgen uitziet, vind ik dat onverantwoord.

Bovendien hoef ik niet het onderste uit de kan te hebben. Een andere optie is Icesave. Hier krijg ik 5,2 % rente. Dat is meer dan bij mijn andere bank en weliswaar minder dan bij Fortis, maar dat vind ik niet erg. Het grote voordeel is dat ik vrij over mijn geld kan beschikken.

Ik spreid dan mijn geld over meerdere banken en loop ik daardoor minder risico dan wanneer ik alles bij één bank onderbreng. Ik kies ervoor om met een deel van mijn geld een hoger rendement te halen, maar ga daarbij niet tot het uiterste.”

 

In de vijfde plaats: de door Icesave aangeboden rente was niet uitzonderlijk hoog. Zoals hierboven reeds aangegeven, bood Fortis een rente van ca. 5,7 %. De Postbank belde zijn klanten om een Toprekening aan te bieden tegen een rente van ca. 4,75 % (en biedt nu 5,2 % (!) op een Rentecertificaat). Een bank als Argenta bood een rente van 4,35 %. Er waren diverse andere hoge rentes van banken die een minder solide indruk maakten. Het rentepercentage van 5,2 % op zichzelf was voor de gemiddelde klant géén reden om te veronderstellen dat er iets niet in de haak was. Het is aan de toezichthouders om te onderzoeken of banken als Fortis en Landsbanki/Icesave al wisten dat zij ernstig in de gevarenzone waren toen zij via genoemde rekeningen spaargeld gingen aantrekken.

 

Samenvattend: ik ben van mening dat de harde kritiek op Icesave-spaarders in elk geval voor een deel van de spaarders onterecht is. En juist voor die mensen is het niet meer dan rechtvaardig dat de Nederlandse regering besloten heeft om hen uit de brand te helpen. Het bedrag dat hiermee gemoeid is, wordt omgeslagen over de Nederlandse banken die meedoen aan het depositogarantiestelsel. Brengen Icesave-spaarders hun geld weer onder bij een Nederlandse bank, dan dragen zij hierdoor zelf weer bij aan de kosten die met het depositogarantiestelsel gemoeid zijn.

 

 




 

In deze onrustige tijd hoort u met regelmaat de term ‘depositogarantiestelsel‘ vallen. Hoewel ons geld ten alle tijde in Gods hand is, wordt van ons als goede rentmeesters gevraagd om dit middel verstandig in te zetten. De vraag kan daarbij opkomen: is het verstandig om mijn spaargeld onder te brengen bij dezelfde bank als waar ik mijn hypotheek heb lopen?

 

Om hier een beslissing over te nemen, is het belangrijk te weten dat er verrekening plaatsvindt vóór u eventueel een uitkering uit het depositogarantiestelsel krijgt.

Wordt mijn (hypotheek)schuld verrekend met mijn tegoed?
Een minder bekend detail van de regeling is, dat voordat de aanspraak op de regeling wordt vastgesteld, er verrekend wordt. Dit houdt in dat de schulden per datum toepassing van de noodregeling of faillietverklaring (zoals hypotheek of consumptieve kredieten) van een depositohouder worden verminderd met de bij de bank uitstaande deposito’s (o.a. spaargelden en rekeningcourant te goeden) van deze depositohouder. Wat er daarna aan positief depositosaldo overblijft kan worden geclaimd bij het garantiestelsel tot het maximum van de dekking. (Bron: DNB.nl)

Dat betekent weliswaar dat u een lagere hypotheekschuld heeft, maar het kan ook betekenen dat u geen reserves meer hebt om tegenvallers (kapotte wasmachine of auto, etc.) op te vangen. Uw eigenwoningreserve zal door deze maatregel toenemen.

 

Vanwege deze bepaling in het depositogarantiestelsel is het verstandig om niet al uw spaargeld onder te brengen bij de bank waar uw hypotheek loopt.  

 

Meer over het depositogarantiestelsel:

In Nederland zorgt De Nederlandse Bank voor de vaststelling en betaling van de uitkeringen.

“Het depositogarantiestelsel garandeert een bedrag van maximaal 40.000 euro per persoon per instelling (ongeacht het aantal rekeningen), waarbij voor bedragen van 20.000 euro tot 40.000 euro een eigen risico van tien procent geldt. De vergoeding uit hoofde van depositogarantie kan dus niet meer bedragen dan 38.000 euro per persoon.” Bron: DNB.nl

Afgelopen dinsdag verhoogde de minister van Financiën dit bedrag tot een maximum van 100.000 euro per persoon per bank, voor de duur van 1 jaar.

 




september 25

 

We gooien als Nederlanders heel wat weg,

maar u kunt er ook een ander blij meemaken.

Wilt u iets kwijt?

Plaats het een paar weken op Gratisoptehalen.nl 

en wie weet wie u er blij meemaakt!

 

Zelf iets nodig?

Kijk eens of u kunt besparen door het gratis op te halen.