ik en mijn huis
doelgericht financieel advies

 

Soms merk je dat iets dat jarenlang voor zich sprak, plotseling uit het collectief geheugen van een volk verdwenen is. Neem bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor de kinderen. In Duitsland kom je nog met regelmaat tegen: ‘Eltern haften für Ihre Kinder’. Da’s duidelijk.
 

In Nederland is men daar echter niet zo zeker meer van. Met de opkomst van de ‘professionele opvoeders’ rijst ook de vraag wie er nu eigenlijk eindverantwoordelijk is voor de kinderen. De staat? De professionele opvoeders? Of misschien toch de ouders?

 

Als raadslid zie ik deze verwarring meer dan eens ontstaan. Een citaat uit de commissiestukken van 11 september 2008 van de gemeente Franekeradeel, pagina 168, punt 3.1:

Ouders/opvoeders hebben in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen een belangrijke rol, zoniet de eerste verantwoordelijkheid.

Ik zou dat willen herschrijven tot: ‘Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid in de opvoeding van hun kinderen en in het bevorderen van hun ontwikkeling.’ Dan zijn we tenminste duidelijk. De ouders zijn degenen die de verantwoordelijkheid dragen. Ze hebben geen ‘rol’, maar een positie. De term ‘opvoeders’ is te breed om in deze beschrijving te kunnen gebruiken. Slechts in een enkel geval nemen opvoeders een vergelijkbare in als de ouders, we spreken dan van voogdij.

 

Zuig ik dit zomaar uit mijn duim? Heb ik daar nog andere gronden voor dan mijn christelijke overtuiging, gebaseerd op het Woord van God?

 

Ja, dit is niet slechts een waarheid die christenen aannemen, het ligt vast in ons Burgerlijk Wetboek:

 

Burgerlijk Wetboek, boek 1

 

Artikel 245

  1. Minderjarigen staan onder gezag.
  2. Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.
  3. Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door één ouder uitgeoefend. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.
  4. Het gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte.
  5. Het gezag van de ouder die dit krachtens artikel 253sa of krachtens een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 253t samen met een ander dan een ouder uitoefent, wordt aangemerkt als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij uit een wettelijke bepaling het tegendeel voortvloeit.

Artikel 247

  1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
  2. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

Artikel 249

 

De minderjarige dient rekening te houden met de aan de ouder of voogd in het kader van de uitoefening van het gezag toekomende bevoegdheden, alsmede met de belangen van de overige leden van het gezin waarvan hij deel uitmaakt.




 

“Progress means:
 
getting nearer to the place where you want to be.
 
And if you have taken a wrong turning,
 
then to go forward does not get you any nearer.
 
If you are on the wrong road,
 
progress means doing an about-turn
 
and walking back to the right road;
 
and in that case
 
the man who turns back soonest
 
is the most progressive man.”
 
 
C.S. Lewis