ik en mijn huis
doelgericht financieel advies

Geld uitgeven hoeven mensen vaak niet te leren, maar zuinig omgaan met geld vraagt om oefening en ervaring. We kunnen ook leren van anderen. Graag wijzen wij u op dit artikel van een moeder van zes kinderen.  Zij geeft tien aanwijzingen voor zuinig leven en haar boodschap is onder meer: oefen je kinderen al vroeg, jong geleerd is oud gedaan. 

 

Je kunt er als gezin samen de schouders onder zetten, het is een gezamenlijk doel en het brengt je dichter bij elkaar. De tien punten die deze moeder noemt, staan hieronder op een rij, de uitwerking en onderbouwing kunt u lezen op haar site.

 

1. Leer kinderen dat het okay is om anders te zijn

 

2. Geef borstvoeding

 

3. Oefen je kinderen om hun steentje bij te dragen aan het huishouden

 

4. Bespaar op huishoudgeld door voedingsmiddelen verstandig in te kopen

 

5. Bouw relaties op met andere gezinnen

 

6. Probeer kinderopvang te vermijden of te minimaliseren

 

7. Betrek je kinderen bij je dagelijks leven

 

8. Niet het vele is goed, maar het goede is veel

 

9. Zorg voor een warm en gezellig thuis

 

10. Leer praktische vaardigheden waardoor je dingen zélf kunt doen (de kinderen vinden het vast erg interessant!)




 

Zoals sommigen van jullie misschien wel weten, heb ik naast mijn financieel advieskantoor een boekwinkeltje via internet. Op deze plaats zal ik af en toe een boek voor het voetlicht brengen. Vandaag begin ik met het boek dat mijn echtgenote samen met Ria Kuijper vertaalde: De roeping van het moederschap, geschreven door Sally Clarkson. U kunt hieronder lezen wat mijn vrouw zelf over dit boek zegt.

 

“Anderhalf jaar geleden kwam de Nederlandse vertaling van The ministry of Motherhood uit: De roeping van het moederschap. Het trok me vanaf het allereerste hoofdstuk aan, hieronder De roeping van het moederschap - Sally Clarksonkunt u lezen waarom. U kunt het boek ‘inzien’ en bestellen via Kors website.

 

Toen ik dit boek in 2004 voor het eerst las, dacht ik: ‘Dit had ik tien jaar geleden moeten lezen!’ Dit boek geeft richting. Het wijst je terug naar de Bijbel, het laat je zien dat de Bijbel óók voor de opvoeding een lamp op je pad mag zijn. Dat heeft mijn kijk op opvoeding erg veranderd.

 

Toen ik het in 2004 las, had ik al heel wat opvoedingsboeken en –artikelen gelezen en daar werd ik eigenlijk tureluurs van. Het ene boek geeft dit advies, een jaar later geeft een ander boek een ander advies dat volledig in tegenspraak is met het advies van het eerste boek. Na een paar boeken had ik zo iets van ‘wat moet ik nu?’ Ik werd heen en weer geslingerd door de adviezen van opvoedgoeroes en na een aantal jaren kreeg ik door dat die kwamen en gingen (en met hen hun adviezen).

 

Toen ik dit boek las, had ik eindelijk een gevoel van richting: ‘aha, daar moet ik heen!’ En het geweldige is, vind ik, dat als ik het over vijftig jaar nog eens lees, de inhoud nog steeds waar is. De context is wellicht gewijzigd, maar de principes zijn hetzelfde, want ze komen uit de Bijbel. En dat was zo’n geweldige opluchting voor mij dat ik besloot het boek in het Nederlands te vertalen.

 

Drie dingen zijn heel sterk aan dit boek.

  1. Het maakt je duidelijk dat je Jezus ook bij de opvoeding van je kinderen mag/kunt/moet volgen. Hij leidde in drie jaar zijn discipelen op, hij maakte hen klaar om als christen te leven in een niet-christelijke samenleving. En wij willen eigenlijk hetzelfde met onze kinderen doen. Gelukkig hebben we daar langer dan drie jaar de tijd voor!
  2. Het boek is zeer realistisch: je kunt alleen iets doorgeven aan je kind(eren) als je het zelf ontvangen hebt. Het wijst je daarom telkens weer terug naar de Bijbel en het houdt je een spiegel voor: hoe is het met jouw Bijbelstudie en gebedsleven gesteld? 
  3. Het boek maakt ook duidelijk dat je geloofsopvoeding niet los kunt koppelen van de ‘gewone’ opvoeding. Geloofsopvoeding is niet iets dat je vrijdagmiddag een uurtje doet, het is iets dat het hele leven doortrekt. Overal in het dagelijks leven zijn aanknopingspunten voor geloofsopvoeding.

Dit boek heeft mij geleerd dat ik van mijn kind mag blijven houden. Dit boek heeft mij naar de Bijbel teruggestuurd en de Bijbel heeft mij geleerd dat Gods visie en perspectief voor tieners en jongeren volstrekt anders is dan algemeen aanvaard wordt. Het laat mij zien dat God wil dat ouders en kinderen diep met elkaar verbonden zijn, zoals de drieeenheid met elkaar verbonden is. Het laat mij zien dat een kind juist door hechting tot zelfstandigheid komt, omdat het een veilige en stabiele basis heeft.

 

Dit boek leert je je kinderen perspectief te geven: Gods plan, Gods koninkrijk, Gods werkelijkheid, zijn macht en zijn kracht. Het leert je als moeder ook hoe essentieel jouw positie is in Gods plan met je kinderen, onder normale omstandigheden kan niemand dat van je overnemen.

 

Je kunt meer over De roeping van het moederschap van Sally Clarkson lezen via onze website.

 

Warm aanbevolen!”

 

 




januari 12

 

Vale gier door Thermos, bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vale_gierIs zuinig leven niet in tegenspraak met de overvloed die de Schepper biedt?

 

Nee, het is pas in tegenspraak als er sprake is van gierigheid. Het grappige is echter dat de vogels van wie we die term afpikken, iets doen dat wij als bevooroordeelde mensen niet verwachten.

 

Vale gieren bijvoorbeeld, delen elk kadaver met elkaar. Hoog in de lucht zwevend zoeken ze niet alleen elke vierkante meter aardoppervlak af, maar houden ook een oogje op elkaars cirkelbewegingen.

 

Ziet één van de gieren iets lekkers liggen, dan gaat hij niet stiekem doen. Hij doet niet net of hij niks gezien heeft om vervolgens te proberen uit het zicht van soortgenoten alles voor zichzelf binnen te halen. Zonder aarzelen geeft hij met een enthousiaste duikvlucht het signaal: verzamelen!

 

Als een gier niet samen met anderen eet, krijgt hij weinig door zijn keel. Bij het uit elkaar trekken van het rauwe vlees is samenwerken pure noodzaak.

 

Het feit dat de gier leeft van de dood van een ander is waarschijnlijk de oorsprong van de onheuse beeldspraak rond gierigheid. De veronderstelling dat een gier blij is met het creperen van een ander dier vormt een tegenstelling met de moraal dat de mens niet uit dient te zijn op individueel gewin ten koste van anderen. Wij horen uit te zijn op het welzijn van elkaar.

 

Elkaar helpen als gulle gieren, zeg maar. Daar komt het op aan. Zuinig leven draagt er aan bij dat we dit ook duurzaam kunnen opbrengen.

 

 

Bron illustratie: Thermos

 




 

Vandaag promoveert Maarten van Rooij. Hij onderzocht hoeveel kennis de gemiddelde Nederlander heeft van rente, inflatie en vermogen. 

 

 “Als we mensen vragen: ‘als je op je spaarrekening 1 procent rente krijgt, en de inflatie is 2 procent, kun je dan na een jaar meer of minder kopen?’ weet twintig procent het antwoord niet,” zegt Van Rooij. Van de in totaal 1500 huishoudens aan wie hij de vragen voorlegde, wisten maar vier op de tien vijf simpele vragen te beantwoorden.

 

Van Rooij concludeert dat het van belang is de financiële kennis van mensen te vergroten. Hij toont in zijn onderzoek aan dat begrip van geldzaken een positief effect heeft op de financiële positie van mensen. Het vermogensverschil tussen mensen met en zonder financiële kennis kan oplopen tot meer dan 80.000 euro. Financiële ongeletterdheid komt in alle categorieën ongeveer even vaak voor, een verband met intelligentie of inkomen werd niet gevonden.

 

Wie zijn financiën niet op orde heeft, kan de schuld niet langer afschuiven op ingewikkelde producten, onleesbare bijsluiters en incapabele adviseurs. Hij moet bij zichzelf te raden gaan, vindt Van Rooij. ‘Mensen zijn in eerst instantie zelf verantwoordelijk. Ze moeten inzien hoe belangrijk kennis van geldzaken is.’

 

Nederlanders weten van zichzelf dat ze geldkennis missen. Ondanks dat vragen ze in veel gevallen advies aan mensen die niet noodzakelijk financiële experts zijn: vrienden, buren of familie. 

 

Volgens Van Rooij zijn verbeteringen in financiële educatie en producten noodzakelijk. Er is echter meer nodig. Geld kun je nooit los zien van persoonlijke levenswaarden en doelstellingen. Geld is een middel om bepaalde doelen te bereiken. Deze doelen stel je op basis van je levensovertuiging.

 

Goed omgaan met geld begint met het besef dat je niet voor jezelf leeft. Je geld is niet van jou, maar je hebt het in bruikleen om het als rentmeester goed te beheren. Daarvoor is kennis noodzakelijk, maar wijsheid onontbeerlijk.  Spreuken 4:7 zegt het treffend:

 

Het begin der wijsheid is:

verwerf wijsheid

en

verwerf inzicht

bij al wat gij bezit. 

 

Promotie

Maarten van Rooij (faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Economie) promoveert op 9 januari om 16.15 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht op het proefschrift ‘Financieel alfabetisme, pensioenvoorzieningen en beleggingsgedrag van gezinnen: Vier empirische bijdragen’.

 

Meer informatie

Erzsó Alföldy, persvoorlichter faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, (030) 253 7497, e.alfoldy@uu.nl.

B.g.g. Peter van der Wilt, persvoorlichting Universiteit Utrecht, (030) 253 3705, p.m.vanderwilt@uu.nl.

 




 

Soms merk je dat iets dat jarenlang voor zich sprak, plotseling uit het collectief geheugen van een volk verdwenen is. Neem bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor de kinderen. In Duitsland kom je nog met regelmaat tegen: ‘Eltern haften für Ihre Kinder’. Da’s duidelijk.
 

In Nederland is men daar echter niet zo zeker meer van. Met de opkomst van de ‘professionele opvoeders’ rijst ook de vraag wie er nu eigenlijk eindverantwoordelijk is voor de kinderen. De staat? De professionele opvoeders? Of misschien toch de ouders?

 

Als raadslid zie ik deze verwarring meer dan eens ontstaan. Een citaat uit de commissiestukken van 11 september 2008 van de gemeente Franekeradeel, pagina 168, punt 3.1:

Ouders/opvoeders hebben in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen een belangrijke rol, zoniet de eerste verantwoordelijkheid.

Ik zou dat willen herschrijven tot: ‘Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid in de opvoeding van hun kinderen en in het bevorderen van hun ontwikkeling.’ Dan zijn we tenminste duidelijk. De ouders zijn degenen die de verantwoordelijkheid dragen. Ze hebben geen ‘rol’, maar een positie. De term ‘opvoeders’ is te breed om in deze beschrijving te kunnen gebruiken. Slechts in een enkel geval nemen opvoeders een vergelijkbare in als de ouders, we spreken dan van voogdij.

 

Zuig ik dit zomaar uit mijn duim? Heb ik daar nog andere gronden voor dan mijn christelijke overtuiging, gebaseerd op het Woord van God?

 

Ja, dit is niet slechts een waarheid die christenen aannemen, het ligt vast in ons Burgerlijk Wetboek:

 

Burgerlijk Wetboek, boek 1

 

Artikel 245

  1. Minderjarigen staan onder gezag.
  2. Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.
  3. Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door één ouder uitgeoefend. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.
  4. Het gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte.
  5. Het gezag van de ouder die dit krachtens artikel 253sa of krachtens een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 253t samen met een ander dan een ouder uitoefent, wordt aangemerkt als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij uit een wettelijke bepaling het tegendeel voortvloeit.

Artikel 247

  1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
  2. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

Artikel 249

 

De minderjarige dient rekening te houden met de aan de ouder of voogd in het kader van de uitoefening van het gezag toekomende bevoegdheden, alsmede met de belangen van de overige leden van het gezin waarvan hij deel uitmaakt.